Een overzicht van de Franse feestdagen en hun betekenis.
Frankrijk heeft 11 officiële feestdagen: Nieuwjaarsdag (1 januari), Dag van de Arbeid (1 mei), Fête de la Victoire (8 mei), Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, Nationale feestdag (14 juli), Maria Hemelvaart (15 augustus), Allerheiligen (1 november), Wapenstilstand (11 november) en Eerste Kerstdag (25 december). Op deze dagen zijn Franse overheidsinstellingen, banken en winkels gesloten. |
| 1 januari |
Nouvel an |
Eerste dag van het nieuwe jaar. Wel champagne, geen vuurwerk. |
| 4 januari |
l'Épiphanie |
Driekoningen. Taart eten in huiselijke kring. |
| 2 februari |
Chandeleur |
Feest van de kandelaar: Maria Lichtmis. 40 dagen na Kerstmis. Er worden veel kaarsen gebrand en het eten bestaat uit pannekoeken. |
| 6 maart, zondag |
Fête de grand-mère |
Omadag. Op de eerste zondag in maart. |
| 8 en 9 april, 2012 |
Pâques |
Pasen, opstanding van Christus.
De eerste zondag na de volle maan van de equinoxe van de lente (21 maart). De maandag erna is een vrije dag. |
| 1 mei |
La fête du Travail |
Dag van de arbeid, sinds 1947 een feestdag. Het opeisen (revendication) van de 8-urige werkdag door de 2de internationale vergadering der socialisten in 1889. |
| 8 mei |
Fête de la Victoire 1945 |
Capitulation Allemande. Duitse overgave aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. |
| 9 mei |
Fête de l'Europe |
61ste verjaardag van Europa. Op 9 mei 1950 verklaarde de Franse minister Robert Schuman dat er een Europese organisatie moest komen. |
| 17 mei 2012, donderdag |
Ascension |
Hemelvaart. 39 dagen na Pasen, altijd op een donderdag. |
| 27 mei, zondag |
La fête des mères |
Moederdag vieren de Fransen op de laatste zondag van mei. |
27 en 28 mei 2012 |
Pentecôte |
Pinksteren. Neerdaling van de heilige geest op de apostelen (zij kregen 'de geest' om het geloof te verbreiden). Altijd tien dagen na Hemelvaart, en 49 dagen ofwel de 7de zondag na Pasen. De maandag is ook een feestdag. |
| 21 juni |
Fête de la Musique |
Muziekfeest. Wordt in Frankrijk gevierd op of rond de langste dag van het jaar. |
| 14 juli |
le Quatorze Juillet
– Fête nationale
|
Bestorming van de gevangenis van de Bastille in 1789 waarmee de Franse Revolutie werd ingeleid.
Sinds 1880 is het de nationale feestdag. |
| 15 augustus |
La fête de l’Assomption |
Maria Hemelvaart |
| 31 oktober |
Halloween |
Inderdaad, uit Amerika overgewaaid. Moeders dossen hun dochtertjes heksachtig uit. Zoontjes bengelen er een beetje bij. |
| 1 november |
Toussaint |
Allerheiligen. Het feest van alle heiligen.
|
| 2 november |
Le Jour des Morts |
De dag erna wordt het fête des morts gevierd: allerzielen. Op die dag gaan de Fransen naar het graf van hun dierbaren, vaak met een pot chrysanten. |
| 11 november |
Armistice 1918 |
Wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog 1914-1918, waarin 1.360.000 Fransen de dood vonden. |
| 24 december |
Le réveillon de Noël |
De maaltijd op kerstavond na de nachtmis. Zonder nachtmis kan het ook. |
| 25 december |
La Noël |
La, want voluit is het La fête de Noël. Kerst, de geboorte van Christus, er wordt maar één kerstdag gevierd. |
| 31 december |
Saint Sylvestre |
Oftewel: réveillon du jour de l'An. Er wordt gegeten. Feestzalen en restaurants zijn afgeladen vol. |